Eén kanaal is voldoende voor de stimulatie van de voetheffers. De (kleine) positieve elektrode wordt onder de kop van de fibula ter hoogte van de n. peroneus communis aangebracht. De (grote) negatieve elektrode wordt transversaal halverwege de buitenzijde van het been aangebracht. Indien de stimulatie voornamelijk een contractie van de laterale peroneale spieren veroorzaakt, moet de bovenste elektrode meer naar voor worden aangebracht ter hoogte van de voorste vertakkingen van de n. peroneus communis die de voorste beenspieren, de strekker van de grote teen en de gemeenschappelijke strekker van de andere tenen innerveren.