Compex Professional
COMPEX
Onze expertise
ELEKTROTHERAPIE
Toepassingsveld
PRODUCTEN
Het Compex-gamma
PROGRAMMA'S
Beschrijving van de programma’s
PATHOLOGIEËN
Directe toegang tot de behandelwijzen
PATHOLOGIEËN
ONSTABIELE SCHOUDERS

Protocol

Fase 1: Amyotrofie niveau 1 tot men een volledige niet-pijnlijke mobiliteit bereikt.
Fase 2: Amyotrofie niveau 2 (+ modus mI-ACTION) tot bij het klinisch onderzoek geen enkele pijn meer optreedt.
Fase 3: stimulatie van de m. infraspinatus en de m. supraspinatus gecombineerd met vrijwillige proprioceptie-oefeningen tot een kracht en een uithouding zijn bereikt die beantwoorden aan de functionele vraag.

 

Frequentie van de behandeling

3 tot 5 sessies per week.

Houding van de patiënt

• Fases 1 en 2: . eerste sessies: de patiënt zit met het bovenste lidmaat in de referentiepositie terwijl de onderarm op een kussen steunt; volgende sessies: de arm geleidelijk in toenemende abductie tot 60°. De positie van de patiënt tijdens de stimulatie moet belasting van de littekenweefsels vermijden en moet steeds pijnloos blijven.
• Fase 3: De stimulatie van de m. infraspinatus en de m. supraspinatus kan worden gecombineerd met een actieve behandeling zoals proprioceptie-oefeningen. De patiënt kan in voorwaartse steun worden geplaatst, waarbij de handen rusten op een trampoline. In deze positie vraagt men hem rebounds uit te voeren die gesynchroniseerd zijn met de elektrisch geïnduceerde contractiefase van de m. spinata. De oefening moet steeds door een opwarming worden voorafgaan en wordt eerst steunend op twee handen en vervolgens op één enkele hand uitgevoerd.

 

Plaatsing van de elektroden

Fasen 1 en 2: 3 kanalen voor de stimulatie van de m. deltoideus en m. spinata. Voor de m. deltoideus: een kleine positieve elektrode wordt op de voorste bundel van de m. deltoideus geplaatst, een andere kleine positieve elektrode op de middelste bundel. De twee negatieve verbindingen worden aangesloten op een grote elektrode die op het acromion wordt geplaatst. Voor de m. spinata: een kleine elektrode wordt op het vlezigste gedeelte van de fossa infraspinata geplaatst en verbonden met de mi_SENSOR (positieve pool). Een kleine elektrode wordt op het externe gedeelte van de fossa supraspinata geplaatst en verbonden met de negatieve pool.

Fase 3: slecht één stimulatiekanaal voor m. spinata.