Afhankelijk van de locatie van de pijn (uni- of bilateraal) worden kanaal 1 of de kanalen 1 en 2 gebruikt. Een kleine positieve elektrode wordt op het pijnlijkste punt geplaatst, dat gezocht wordt door palpatie. In de meeste gevallen bevindt dat punt van maximale contractuur zich ter hoogte van de m. levator scapulae of het bovenste gedeelte van de m. trapezius. Bij bilaterale pijn wordt een andere kleine elektrode op dezelfde wijze op het triggerpunt geplaatst. Eén of twee negatieve elektroden – eveneens van klein formaat –moeten op de cervicale paravertebrale spieren worden geplaatst, ter hoogte van C3-C4.