Houding van de patiënt
Aanvankelijk zit de patiënt op de behandelingstafel; zijn blote voeten raken de grond niet. In die houding verhoogt de therapeut geleidelijk de stimulatie-energie tot een motorische reactie optreedt in de vorm van een eversie van de voet. Zodra die reactie is verkregen (meestal na 2 of 3 contracties), laat men de patiënt met blote voeten rechtop staan. Die houding is bijzonder interessant omdat zij een geassocieerde proprioceptieve behandeling opdringt, waarvan de moeilijkheidsgraad kan toenemen (bipodaal, monopodaal, evenwichtsbalk,...).
|
|
Plaatsing van de elektroden
Men gebruikt een enkel kanaal voor de laterale peroneale spieren. De actieve elektrode (de kleinste) wordt achter het kopje van de fibula geplaatst ter hoogte van de peroneus communis. De (grote) negatieve elektrode wordt transversaal halverwege de buitenzijde van het been aangebracht (zie tekening 2).
|